toptop
|
Diversen |
|||||
|
Gezamenlijk |
|||||
|
|||||
|
Flessenactie voor feestweek van de fusie
Om de kaartjes voor de musical, die nodig zijn om goed te kunnen regelen wie op welke avond komt, niet te duur te maken, zullen er de komende maanden acties gevoerd worden om geld in te zamelen De eerste actie is de flessenactie |
U kunt iedere zondag in beide kerkgebouwen statiegeldflessen inleveren. De commissie feestweek (want er komen nog meer activiteiten behalve de musical) zamelt de flessen in en int het statiegeld. Vele kleintjes, maken zo een groot bedrag (hopen we). De
volgende maand komt er weer een volgende actie. Zo hopen we op
weg naar Pinksteren een flink bedrag binnen te halen om de fusie
voluit te kunnen vieren Evert van Leersum |
||||
|
Waarom vindt de Bijbellezing tijdens de dienst niet vanaf de kansel? De verkondiging van Gods woord vindt plaats vanaf de kansel. De lezing uit de bijbel is in nog belangrijkere plaats horen wat God zegt. Van
oudsher is de lezing van de Schrift toevertrouwd aan de leek, terwijl
de bediening van de sacramenten het exclusieve domein van de priester
is. Woord en sacrament horen echter wel bij elkaar en daarom zijn ze
in het kerkgebouw ook in elkaars nabijheid te vinden: de lezenaar, de
doopvont en het avondmaalstel zijn allen op het zogeheten liturgisch
centrum terug te vinden. Met de Reformatie kreeg echter de kansel de
centrale plaats in de eredienst en ook in het kerkgebouw. Hoewel nog
tot in de negentiende eeuw de bijbel gelezen werd door de voorlezer,
meestal de schoolmeester; en opvallend genoeg vonden de lezingen vaak
plaats voor de dienst en niet erin. Het lijkt erop dat de uitleg een
hogere plaats heeft gekregen (ook letterlijk door de positie van de
preekstoel) dan de lezing uit de bijbel zelf. Is dat niet vreemd?
Zoals de vragensteller ook opmerkt.
Wie bepaalt hoe vol een dienst is? Bijvoorbeeld in de 40 dagentijd en de adventstijd zijn er altijd volle diensten met veel toeters en bellen. Is dat een geschreven regel of is het zo gelopen? In
het kerkelijk jaar kennen we sterke zondagen en meer gewone zondagen.
De sterke zondagen worden zo genoemd omdat ze duidelijk een eigen
karakter hebben. Zo lezen we op de eerste zondag in de
Veertigdagentijd altijd over de verzoeking in de woestijn. En op de
vierde zondag in diezelfde periode wordt dikwijls het avondmaal
gevierd. De vierde zondag in de Paastijd draagt de naam Goede
Herderzondag, en we lezen dan altijd uit Johannes 10. En zo horen we
op de zondagen na nieuwjaar steeds dezelfde drie verhalen achter
elkaar; de wijzen uit het Oosten, de doop van Jezus in de Jordaan en
de bruiloft te Kana.
Waarom zegt de voorganger aan het begin van de dienst "De Heer zij met u" en dan zegt de gemeente "ook met u zij de Heer" Is dat alleen een gevoelskwestie of is dat een bepaalde regel? Waarom wordt het de ene keer wel gezegd en de andere keer niet? In onze liturgie komen we deze groet tegen, wanneer we de bijbel gaan openslaan. De voorbereiding, het gedeelte dat hieraan voorafgaat, is dan achter de rug. In de oude kerk (van de vroege Middeleeuwen) werd dit eerste gedeelte vaak door een ander persoon geleid, dan degene die de dienst van het Woord leidde. En nu nog zijn er kerken waarin de voorbereiding door een ouderling of lid van de liturgiecommissie wordt verzorgd. De voorganger komt dan pas naar voren, wanneer we aan de uitleg van de bijbel toe zijn. Het is dan gebruik om elkaar de groeten met de woorden uit Ruth 2:4. Boaz zegt daar tegen de maaier De Heer zal bij u zijn. Waarop de maaiers hem teruggroeten met De Heer zal u bewaren. De groet komt dus uit het dagelijks leven, terecht in de Schrift en zo in de liturgie; en dat is ook wel mooi. Omdat we in de uitleg van de bijbel ook weer zoeken naar de verbinding tussen Gods Woord en ons leven Dat
deze groet vaak achterwege blijft, heeft ermee te maken dat bij ons
meestal één voorganger de hele dienst leidt. Aan het begin van de
dienst is er dan al de Bemoediging en de Groet en als dezelfde persoon
nog steeds achter de liturgische tafel staat, lijkt het vreemd om
opnieuw te gaan groeten. Wel is deze groet, De Heer zij met u,
gebruikelijk bij het begin van het tafelgebed, wanneer we met elkaar
de Maaltijd van de Heer vieren. Van oorsprong opnieuw omdat bij de
dienst van de tafel er weer een andere voorganger verscheen. Maar nu
zo ingeburgerd geraakt dat we de groet daar gewoon herhalen en het
niet vreemd vinden elkaar te groeten terwijl de dienst al een |
Waarom wordt de dienst bijna nooit meer begonnen met De Wet? In
het handboek De weg van de liturgie lees ik hierover dat de tien
geboden meteen na votum en groet gelezen kunnen worden met aansluitend
de verootmoediging en schuldbelijdenis. De wet heeft dan de bedoeling
ons schuldig te stellen voor Gods aangezicht en roept ons op tot
boete. Maar het is ook mogelijk om na de bemoediging en groet eerst
een gebed om verootmoediging uit te spreken, dan de genadeverkondiging
en daarna wordt dan de wet gelezen. Hier heeft de wet een andere
functie namelijk als regel der dankbaarheid. Dat wil zeggen als een
richtlijn voor het nieuwe leven uit genade. In de Hervormde kerk
kwamen beide vormen (orde van dienst) voor in het Dienstboek (1955);
in de gereformeerde kerken was men meer gewoon de tweede orde te
volgen, met dus de wet als regel der dankbaarheid. Deze
traditie komt uit de oude kerk, en is terug te vinden binnen de
breedte van de kerken, van rooms-katholiek tot oosters-orthodox, van
luthers tot anglicaans.
Mijn vraag betreft de betekenis van Liturgie in de kerk; Deelnemen aan het werk van God is de betekenis. Waarom bestaan er dan verschillen in de beleving van de Liturgische jaarkalender? Ik weet niet of ik de vraag helemaal goed begrijp, maar een gedeelte van het antwoord is hierboven al terug te vinden. Er zijn verschillende sporen die gevolgd kunnen worden. Zo kent de calvinistische traditie als voorbereiding op Pasen zeven lijdenszondagen, terwijl in het oecumenische spoor er sprake is van zes zondagen in de Veertigdagentijd. Ook bestaan er verschillende leesroosters. De lutherse traditie kent een eenjarig leesrooster, terwijl in de rooms-katholieke traditie een driejarig leesrooster gevolgd wordt. Elk jaar staat een ander evangelie centraal. Dit jaar volgen we tot de eerste advent het evangelie naar Matteüs, terwijl we vanaf Advent in 2012 het spoor van Marcus zullen vormen. Verschillende beleving van de liturgie heeft zo alles te maken met de traditie, waarbinnen men staat. Wat men van huis uit heeft meegekregen kan bepalend zijn. Hoewel het ook aardig is om over de grenzen heen te kijken en te putten uit andere tradities. Wat wij bijvoorbeeld doen met Taize diensten of door het zingen van liederen uit een verscheidenheid aan bundels
In onze diensten kom ik veel verschillende gebeden tegen. Bijvoorbeeld een drempelgebed, een smeekgebed, en kyriëgebed en een gebed om ontferming. Wat is de betekenis van deze gebeden? Al
deze gebeden staan aan het begin van de dienst. In de kern zijn het
drempelgebed en het smeekgebed hetzelfde. Het gaat om een gebed van
toenadering. Voordat we God ontmoeten in Woord en sacrament leggen we
voor Hem ons feilen en falen, onze angst en twijfel neer. Het
drempelgebed is daarbij vaak de opmaat voor het kyriëgebed. Daarin
wordt tot God geroepen vanwege de nood van de wereld (Voor de nood van
de wereld bidden we dan weer in het grote gebed na de preek). Over dat
verschil dadelijk meer. Vragen zijn nog steeds welkom via vraaghetdedominee@pknbarneveld.nl Dominee |
||||