toptop

Diversen

Gezamenlijk

 

Fusieweek Feestweek

U brengt nog steeds veel flessen mee. De advertenties gaan ook goed.

Het eerste ritje met paard en wagen heeft plaats gevonden. Ik hoor graag via mail of telefoon of u ook een ritje wilt maken. Er is plaats voor 2 volwassenen en 2 kinderen of 3 volwassen. De rit duurt 1,5 uur en kost 25 eur, (niet pp maar per rit). De wagen rijdt op maandagmiddag, zaterdagmiddag en zondagmiddag. 

Bakker van de Veer is bezig een fusiekoek/koekje te ontwerpen, met het nieuwe logo. U hoort binnenkort nog wanneer deze koek te koop is. 

Dan de Musical. Vanaf 22 april kunt u iedere zondag zowel in Bethelkerk als in de Immanuëlkerk voor en na de dienst kaarten kopen. Andere ideeën om geld binnen te halen en uw aanmelding voor een ritje met het paard zijn welkom via e-mail i.hoiting@hotmail.com of telefonisch 06-10932313.(Spreek even in als ik niet opneem)

Namens het fusie coördinatieteam,

Irna Hoiting.

Ter gelegenheid van de fusie van onze kerkelijke gemeenten wordt op vrijdag 25 en zaterdag 26 mei de musical Visserslatijn opgevoerd. Een grote groep mensen (bijna 80 vrijwilligers) is begonnen met het op poten zetten van een spetterende musical.

Zo is onder leiding van regisseuse José Kamphuis de musical herschreven om beter aan te sluiten bij iedereen in de spelersgroep. Die groep is nu druk bezig om van de uitvoering een succes te maken.

Een decor team onderleiding van Hans Attema is begonnen met het creatieve proces. Het team is erg enthousiast en heeft veel mooie en goede ideeën. In de komende maanden zijn zij druk met het ontwerpen en maken van de verschillende decorstukken en het verzamelen van attributen.

Dank zij de creativiteit van Hendrikjan Rietberg is er een mooi beeldmerk voor de musical ontwikkeld. Dit logo zal steeds gebruikt worden voor welke vorm van communicatie dan ook. Dit wordt voornamelijk gedaan door de PR groep onder leiding van Mark Steenbergen. Deze groep zal ook acties gaan bedenken om de benodigde gelden binnen te halen.

De muzikale ondersteuning wordt geleverd door het combo en voor het vocale deel is er een koor van een dertigtal zangers. Het combo repeteert vanaf januari onder de deskundige leiding van Frits Gombert en het koor repeteert onder leiding van André Sennema. (Het koor kan nog versterking gebruiken bij de tenor en baspartij!)

 

Kom op 25 of 26 mei genieten van wat Visserslatijn allemaal ten tonele brengt!

Flessenactie voor feestweek van de fusie

In het kader van de fusie wordt de musical Visserslatijn, over het leven van Petrus, opgevoerd op vrijdag en zaterdag 25 en 26 mei. Er wordt al driftig geoefend door koor en spelers; de decorbouwers en het orkest staan ook al in de startblokken. Het wordt, zoals u hoort, professioneel aangepakt. En daar hoort ook een prijskaartje bij. Bijvoorbeeld om geluid en licht goed te verzorgen zodat de musical goed over het voetlicht gebracht kan worden

Om de kaartjes voor de musical, die nodig zijn om goed te kunnen regelen wie op welke avond komt, niet te duur te maken, zullen er de komende maanden acties gevoerd worden om geld in te zamelen

De eerste actie is de flessenactie

 

U kunt iedere zondag in beide kerkgebouwen statiegeldflessen inleveren.

De commissie feestweek (want er komen nog meer activiteiten behalve de musical) zamelt de flessen in en int het statiegeld. Vele kleintjes, maken zo een groot bedrag (hopen we).

De volgende maand komt er weer een volgende actie. Zo hopen we op weg naar Pinksteren een flink bedrag binnen te halen om de fusie voluit te kunnen vieren
Namens de feestweek en musicalcommissie

Evert van Leersum

Vragen aan de dominee…..

Waarom vindt de Bijbellezing tijdens de dienst niet vanaf de kansel? De verkondiging van Gods woord vindt plaats vanaf de kansel. De lezing uit de bijbel is in nog belangrijkere plaats horen wat God zegt.

Van oudsher is de lezing van de Schrift toevertrouwd aan de leek, terwijl de bediening van de sacramenten het exclusieve domein van de priester is. Woord en sacrament horen echter wel bij elkaar en daarom zijn ze in het kerkgebouw ook in elkaars nabijheid te vinden: de lezenaar, de doopvont en het avondmaalstel zijn allen op het zogeheten liturgisch centrum terug te vinden. Met de Reformatie kreeg echter de kansel de centrale plaats in de eredienst en ook in het kerkgebouw. Hoewel nog tot in de negentiende eeuw de bijbel gelezen werd door de voorlezer, meestal de schoolmeester; en opvallend genoeg vonden de lezingen vaak plaats voor de dienst en niet erin. Het lijkt erop dat de uitleg een hogere plaats heeft gekregen (ook letterlijk door de positie van de preekstoel) dan de lezing uit de bijbel zelf. Is dat niet vreemd? Zoals de vragensteller ook opmerkt.
Aan de ene kant wel, omdat de bijbel bron voor geloof en leven is en blijft. Aan de andere kant gaat het in de eredienst niet zomaar om de bijbel, maar om de actualiteit van de Schrift. De bijbel roept op tot gehoorzaamheid, en dient daarom ook gehoord te worden. Voorgelezen door iemand die klaar en helder de Schrift voorleest. Maar in de kerk willen we ook zien het Woord dat daar geschied is. Zien wat dit Woord voor ons leven betekent. En dan mag je diegene die geroepen is tot deze dienst van het Woord, ook wel te zien krijgen. Al staat de kansel in onze kerkgebouwen waarschijnlijk gewoon hoger om praktische redenen.

 

Wie bepaalt hoe vol een dienst is? Bijvoorbeeld in de 40 dagentijd en de adventstijd zijn er altijd volle diensten met veel toeters en bellen. Is dat een geschreven regel of is het zo gelopen?

In het kerkelijk jaar kennen we sterke zondagen en meer gewone zondagen. De sterke zondagen worden zo genoemd omdat ze duidelijk een eigen karakter hebben. Zo lezen we op de eerste zondag in de Veertigdagentijd altijd over de verzoeking in de woestijn. En op de vierde zondag in diezelfde periode wordt dikwijls het avondmaal gevierd. De vierde zondag in de Paastijd draagt de naam Goede Herderzondag, en we lezen dan altijd uit Johannes 10. En zo horen we op de zondagen na nieuwjaar steeds dezelfde drie verhalen achter elkaar; de wijzen uit het Oosten, de doop van Jezus in de Jordaan en de bruiloft te Kana.
Deze sterke zondagen hebben ook een duidelijk eigen kleur. Paars in de voorbereidingstijd op Kerst en Pasen, dus in de Adventsperiode en de Veertigdagentijd. Wit in de Epifaniëntijd (dat zijn de hiervoor genoemde zondagen in januari) en in de Paastijd: dat wil zeggen de zondagen tussen Pasen en Pinksteren
De andere zondagen zijn groene zondagen. Zij zijn minder sterk, omdat ze minder vasthouden aan hun eigen karakter. Groene zondagen kunnen bijvoorbeeld gemakkelijk ingevuld worden als Israëlzondag (de eerste in oktober) of als ZWO-zondag. Ook afscheid kindernevendienst en vredesdienst vallen op een groene zondag. Dat kan ook omdat deze zondagen niet zo'n duidelijk eigen inhoud hebben
Nou zien we dat de sterke zondagen ook vaak verbonden worden met een project van de kindernevendienst. Dat is niet zo vreemd want het gaat hier om de voorbereidingstijd op een van de grote christelijke feesten. In Advent zien we uit naar Kerst, in de veertigdagentijd bezinnen we ons op lijden en opstanding van Christus en in de Paastijd zijn we op weg naar Pinksteren. Hoewel gezegd moet worden dat die laatste periode er vaak wat bekaaid afkomt. Waarschijnlijk omdat we al zo druk zijn geweest met de veertigdagentijd en in de Paastijd altijd de grote meivakantie valt. Dat is eigenlijk wel jammer, want ook deze witte zondagen van Pasen hebben in hun eigenheid veel te bieden.
De volle diensten komen dus enerzijds voort uit de projecten die we als gemeente volgen, met het aansteken van kaarsen het opzeggen van een versje, een projectlied en een verbeelding. Maar het komt zeker ook door de zondagen zelf, die zo'n duidelijk eigen thema hebben, dat ze haast vanzelf om een stevige invulling vragen

 

Waarom zegt de voorganger aan het begin van de dienst "De Heer zij met u" en dan zegt de gemeente "ook met u zij de Heer" Is dat alleen een gevoelskwestie of is dat een bepaalde regel? Waarom wordt het de ene keer wel gezegd en de andere keer niet?

In onze liturgie komen we deze groet tegen, wanneer we de bijbel gaan openslaan. De voorbereiding, het gedeelte dat hieraan voorafgaat, is dan achter de rug. In de oude kerk (van de vroege Middeleeuwen) werd dit eerste gedeelte vaak door een ander persoon geleid, dan degene die de dienst van het Woord leidde. En nu nog zijn er kerken waarin de voorbereiding door een ouderling of lid van de liturgiecommissie wordt verzorgd. De voorganger komt dan pas naar voren, wanneer we aan de uitleg van de bijbel toe zijn. Het is dan gebruik om elkaar de groeten met de woorden uit Ruth 2:4. Boaz zegt daar tegen de maaier De Heer zal bij u zijn. Waarop de maaiers hem teruggroeten met De Heer zal u bewaren. De groet komt dus uit het dagelijks leven, terecht in de Schrift en zo in de liturgie; en dat is ook wel mooi. Omdat we in de uitleg van de bijbel ook weer zoeken naar de verbinding tussen Gods Woord en ons leven

Dat deze groet vaak achterwege blijft, heeft ermee te maken dat bij ons meestal één voorganger de hele dienst leidt. Aan het begin van de dienst is er dan al de Bemoediging en de Groet en als dezelfde persoon nog steeds achter de liturgische tafel staat, lijkt het vreemd om opnieuw te gaan groeten. Wel is deze groet, De Heer zij met u, gebruikelijk bij het begin van het tafelgebed, wanneer we met elkaar de Maaltijd van de Heer vieren. Van oorsprong opnieuw omdat bij de dienst van de tafel er weer een andere voorganger verscheen. Maar nu zo ingeburgerd geraakt dat we de groet daar gewoon herhalen en het niet vreemd vinden elkaar te groeten terwijl de dienst al een
behoorlijke tijd aan de gang is.

 

Waarom wordt de dienst bijna nooit meer begonnen met De Wet?

In het handboek De weg van de liturgie lees ik hierover dat de tien geboden meteen na votum en groet gelezen kunnen worden met aansluitend de verootmoediging en schuldbelijdenis. De wet heeft dan de bedoeling ons schuldig te stellen voor Gods aangezicht en roept ons op tot boete. Maar het is ook mogelijk om na de bemoediging en groet eerst een gebed om verootmoediging uit te spreken, dan de genadeverkondiging en daarna wordt dan de wet gelezen. Hier heeft de wet een andere functie namelijk als regel der dankbaarheid. Dat wil zeggen als een richtlijn voor het nieuwe leven uit genade. In de Hervormde kerk kwamen beide vormen (orde van dienst) voor in het Dienstboek (1955); in de gereformeerde kerken was men meer gewoon de tweede orde te volgen, met dus de wet als regel der dankbaarheid.
Nu volgen we in onze beide gemeentes vaak een ander spoor: dat van kyriëgebed en glorialied. Hoewel het kyrië ook gezongen en het gloria ook gelezen kan worden. Het eerste is een roep om ontferming, wat tot uitdrukking komt in de uitdrukking Kyrie eleison: Heer ontferm U. Vandaar de naam kyrië. Het gloria spreekt voor zich; het is een loflied op de genade en barmhartigheid van God

Deze traditie komt uit de oude kerk, en is terug te vinden binnen de breedte van de kerken, van rooms-katholiek tot oosters-orthodox, van luthers tot anglicaans.
De wet aan het begin van de dienst komt uit de calvinistische traditie, de liturgie met kyrie en gloria stamt uit de oecumenische traditie. Beiden hebben oude papieren, en kunnen dan ook afwisselend gebruikt worden binnen de protestantse kerk.

 

Mijn vraag betreft de betekenis van Liturgie in de kerk; Deelnemen aan het werk van God is de betekenis. Waarom bestaan er dan verschillen in de beleving van de Liturgische jaarkalender?

Ik weet niet of ik de vraag helemaal goed begrijp, maar een gedeelte van het antwoord is hierboven al terug te vinden. Er zijn verschillende sporen die gevolgd kunnen worden. Zo kent de calvinistische traditie als voorbereiding op Pasen zeven lijdenszondagen, terwijl in het oecumenische spoor er sprake is van zes zondagen in de Veertigdagentijd. Ook bestaan er verschillende leesroosters. De lutherse traditie kent een eenjarig leesrooster, terwijl in de rooms-katholieke traditie een driejarig leesrooster gevolgd wordt. Elk jaar staat een ander evangelie centraal. Dit jaar volgen we tot de eerste advent het evangelie naar Matteüs, terwijl we vanaf Advent in 2012 het spoor van Marcus zullen vormen. Verschillende beleving van de liturgie heeft zo alles te maken met de traditie, waarbinnen men staat. Wat men van huis uit heeft meegekregen kan bepalend zijn. Hoewel het ook aardig is om over de grenzen heen te kijken en te putten uit andere tradities. Wat wij bijvoorbeeld doen met Taize diensten of door het zingen van liederen uit een verscheidenheid aan bundels

 

In onze diensten kom ik veel verschillende gebeden tegen. Bijvoorbeeld een drempelgebed, een smeekgebed, en kyriëgebed en een gebed om ontferming. Wat is de betekenis van deze gebeden?

Al deze gebeden staan aan het begin van de dienst. In de kern zijn het drempelgebed en het smeekgebed hetzelfde. Het gaat om een gebed van toenadering. Voordat we God ontmoeten in Woord en sacrament leggen we voor Hem ons feilen en falen, onze angst en twijfel neer. Het drempelgebed is daarbij vaak de opmaat voor het kyriëgebed. Daarin wordt tot God geroepen vanwege de nood van de wereld (Voor de nood van de wereld bidden we dan weer in het grote gebed na de preek). Over dat verschil dadelijk meer.
Het smeekgebed is vaak het begin van de verootmoediging, het belijden van de schuld. Dit gebed wordt gevolgd, zoals we de vorige keer zagen, door genadeverkondiging en de lezing van de wet (of de samenvatting van de wet). Het drempelgebed wordt dus vaak gevolgd door een kyriëgebed en een glorialied, een smeekgebed (of een gebed van verootmoediging) is de opmaat tot de verkondiging van Gods genade, waarin alle schuld vergeven is, en de regel der dankbaarheid als een richtlijn voor het nieuwe leven
Ook het kyriëgebed en gebed om ontferming zijn eigenlijk hetzelfde. We roepen God aan vanwege de nood in de wereld. Eigenlijk leggen we voor Hem neer alles wat ons zo zwaar op het hart ligt, dat we eigenlijk niet verder kunnen met de dienst. Want de schepping zucht en is in nood. Veel meer dan een roep: Heer ontferm U over ons is dit gebed dan ook niet
In de voorbeden wordt de nood van de wereld ook benoemd. Maar dan bidden we voor de wereld en wordt ook vaak in het gebed gebeden voor wat we zelf kunnen doen aan het behoeden en bewaren van de wereld. Bidt en werkt. Niet toevallig vindt onmiddellijk na dit gebed de inzameling van onze gave plaats. We bidden en we doen (wat we kunnen).
Nog een laatste opmerking: omdat drempelgebed en kyrië in de liturgie direct achter elkaar komen, met eventueel het zingen van een lied tussen deze twee gebeden in , worden deze gebeden ook wel vaak samengevoegd tot één gebed. Dit gebed begint dat met het benoemen, waar wij tekortgeschoten zijn in geloof, hoop en liefde om vervolgens de nood van de wereld aan God voor te leggen.

Vragen zijn nog steeds welkom via vraaghetdedominee@pknbarneveld.nl 

Dominee